Spotlight

Vroeger, toen ik nog jong was en mensen me nog vroegen wat ik later wilde worden, was lange tijd mijn antwoord: Midas Dekkers. En nee, ik voelde me geen norse oude man in het lichaam van een jong meisje. Maar de natuur en de biologie interesseerden me enorm, evenals de link met het bijzondere menselijke gedrag dat altijd zoveel vragen bij me opriep. Midas Dekkers was iemand die ik die elementen op een filosofische en cynisch ontwapenende manier samen zag brengen. Hij had humor en bijzonder interessante gedachtekronkels. En, waar ik mijn leven lang enorm naar heb opgekeken, hij smeet die onorthodoxe gedachtekronkels zomaar zonder blikken of blozen de wereld in. Hij was niet bang voor het oordeel van de menigte. Of misschien was hij dat wel, maar hij deed het toch. Stevig en gegrond. En daarmee maakte hij mijn wereld, en dat van menig ander, mooier, interessanter en een stukje vrijer. Dat raakte me en ik wilde dat ook kunnen!
Dat verlangen om onorthodoxe
gedachtespinsels op een ontwapenende en humoristische wijze de wereld
in te durven gooien kwam ook terug in een ander antwoord op die
steeds weer terugkerende vraag uit die tijd. Een antwoord dat ik
nooit hardop uit heb durven spreken en waar ik in mijn hoofd al lang
de reacties op had uitgewerkt. Stuk voor stuk trokken zij dit idee steeds weer door de
versnipperaar. Dat ik dat over mijzelf durfde te denken. Belachelijk.
Mijn vader werkte in het theater en daar zag
ik ze met regelmaat voorbij komen, de cabaretiers. Stuk voor stuk
wezens vol scherpe woorden voor hun eigen vergaarde wereldbeelden.
Ieder weer anders, autonoom, en daarmee uniek in wat ze toevoegden
aan de wereld. Maar in mijn ogen ook grote persoonlijkheden waar ik
bij in het niet viel. Zo zou ik nooit kunnen worden. Dat zat simpelweg niet in mijn magere talentenpakket.
Dan daarbij was het natuurlijk totaal niet autonoom van mij om iets in het theater te willen gaan doen, want dat deed mijn vader al en ik moest voor mijn leven iets nieuws verzinnen. Je wilt niet weten wat voor eisen ik stelde aan mijn toekomstige zelf. De onhaalbare mate van originaliteit en het voldoen aan de grootste idealen. En als een ander het al eens gezegd had, dan was het geen optie meer voor mij. Iets wat overigens een vrij onhandige eigenschap was van het kleine zusje van mijn intelligente en fantasierijke grote broer die overal wel iets over te vertellen had. Vooral ook omdat hij mijn grote voorbeeld was en ik probeerde te zijn als hij, zonder dat ik dus net als hij mocht zijn. Ik mocht niet kopiëren en moest dus constant het wiel weer opnieuw uitvinden. Om er vervolgens iemand iets over te horen zeggen dat mij triggerde in mijn overtuiging niet meer origineel genoeg te zijn, waarna ik dus weer opnieuw kon beginnen. Steeds weer gooide ik mijn eigen ideeën de prullenbak in, omdat ik ergens besloten had dat het niet meer alleen maar mijn ideeën waren en ze dus niets meer toevoegden.
En eerlijk is eerlijk, ik liet het ook
aan anderen over om hardop te spreken over dingen. Mijn talent was
het om me onzichtbaar te maken en vooral geen aandacht naar me toe te
trekken. Want, anders dan de Midas Dekkersen in deze wereld, was ik
wel bang voor het grote oordeel van de menigte en de gevolgen van het
verkeerd doen. Ik twijfelde teveel aan mezelf en aan alles wat ik
dacht en bedacht. En ik was ervan overtuigd dat die twijfel al een
vorm van falen was. Me niet beseffende dat die twijfel juist een
grote kracht achter mijn onorthodoxe gedachten was.
Dus ik
hield me altijd angstvallig stil.
Nou ja, niet altijd. Thuis waren er momenten waarop de clown in mij haar stoute hoge hakken aantrok en typetjes speelde en bijdehante grappen de kleine wereld van mijn gezin in gooide. Dit zijn nu herinneringen aan veilige en ontspannen momenten in mijn leven waar ik kort even mezelf durfde te laten zien. En ik genoot van de aandacht en de geamuseerde gezichten van mijn ouders. Het contrast van het genot van de spotlight met de duisternis die de rol van het stille, onzichtbare meisje omringde was enorm.
Mijn stille rol sloot zich steeds
verder als een mantel om me heen, terwijl ik verder opgroeide en de
vraag van wat ik later worden wilde overging in de vraag wat ik nu
ging studeren, wat ik na mijn studie ging doen en of ik al een baan
had. Ik vergat mijn verlangen om mezelf te laten horen, maar vocht me
via omwegen en hindernissen wel richting de droom om bioloog te
worden. Als net afgestudeerd ecoloog borg ik mijn diploma zorgvuldig
op in een doos op zolder en werd postbezorger. Mijn oude
overtuigingen waren met me meegegroeid en zagen dat ik natuurlijk ook
in de biologie niks had toe te voegen. Ik was niet zoals de studenten
die zich profileerden en dat zagen de professoren ook. Of ze zagen
mij in ieder geval niet, want ook het verstoppen had ik me intussen
meester gemaakt.
En zo bleef ik focussen op wat er niet was. Of
dat nou echt was, of toch stiekem de rol van mijn leven.
Nu ik het schrijven wat ben gaan toelaten en ik mijn liefde voor theater, muziek en literatuur weer meer ruimte ben gaan geven, komt dat oude verlangen ook weer steeds helderder terug. En ik weet dat ik Midas Dekkers niet ben geworden. En of ik het in me heb om een cabaretvoorstelling te schrijven en op te voeren, dat weet ik niet. Maar misschien is het belangrijkste en waardevolste toch gewoon om mijn oude rol los te laten en mijn zelf, die daar altijd achter verstopt gezeten heeft weer in het licht te zetten. Het zonlicht, om haar warm te houden en te laten groeien. En als de spotlights me ooit eens vinden en een tijdje boven me blijven hangen, dan ben ik benieuwd naar mijn twijfels en vragen en dan hoop ik dat die vooral herkenning opleveren. Want met herkenning verbind ik meer met de mensen met wie ik mijn gedachtespinsels wil delen, dan met originaliteit. En het is toch veel effectiever om mensen zelf hun unieke en, al dan niet originele, gedachten en antwoorden te laten ontdekken door middel van het in de spotlight zetten van de twijfel en de vragen, dan om ze hapklare brokken originaliteit door de strot te duwen in een wereld die toch al zo verzadigd is met externe meningen.