Nieuwe buurvrouw

Het was begin mei toen ik haar voor het eerst ontmoette. Een zonnige
dag. Met een vriendin lag ik in mijn hangmat in mijn tuin te genieten
van het weer, het gezelschap en de altijd welkome kop thee. Meer heb
je niet nodig voor een middagje tot rust komen.
Het zware, gonzende
gezoem paste perfect in het plaatje. Als een heilig mantra dook het
geluid op en bleef even naast ons hangen, voordat het door de opening
van een vogelhuisje aan de schutting kroop om daar in stilte te
verdwijnen.
Dat was een hoornaar! En nog wel koninklijk bezoek, dat op nog geen meter van mijn hangmat intrek nam in haar nieuw te bouwen paleis. Ik voelde me vereerd met haar komst en de dagen daarop besteedde ik ieder vrij moment in mijn hangmat om onder het genot van haar vibrerende mantra de schepping van een nieuwe wereld zich voor mijn ogen te zien voltrekken.
Queen Bzz, zoals ik haar noemde, vloog onverstoord af en aan met krulletjes hout die ze waarschijnlijk in omringende tuinen bij elkaar scharrelde. Ze was zo slim om de schutting waaraan haar stulpje hing intact te laten. En hoewel de houtdelving van andere wespen aan mijn schutting me niet hinderde, kon ik haar respect voor mijn erfafscheiding wel waarderen.
In de tussentijd las
ik de digitale royaltybladen erop na om zoveel mogelijk te weten te
komen over mijn nieuwe koninklijke buurvrouw. Ik was haar familie wel
vaker tegengekomen en ik wist dat ze vriendelijk was en van keurige
komaf. Maar ik wist ook dat ze haar prinsessen, zodra die er waren,
met haar leven en dat van haar dienaren zou verdedigen wanneer de
situatie in haar ogen bedreigend zou worden. En die veldslag wilde ik
voor ieders welzijn graag voorkomen.
Aan de andere kant
wilde ik ook liever geen officiële klacht over haar in moeten dienen
bij de bewonerscommissie. De kans dat ik in mijn gelijk gesteld zou
worden en ze de buurvrouw met geweld uit haar huis zouden ontzetten,
zou groot zijn. De kans dat Queen Bzz en haar gezanten dit zouden
overleven leek me nihil. Dat had hare majesteit niet verdiend.
Europese hoornaars zijn zachtaardig en hebben er helemaal geen belang bij om mensen lastig te vallen. Volgroeide hoornaars leven van de zoete sappen die ze uit planten halen. En verder jagen ze op insecten, groot en klein, die ze voeren aan hun larven. Mensen en hun menseneten laten ze links liggen. Ze kruipen niet tussen je boterhammen. En ze komen niet af op je glaasje fris. Ze doen rustig hun eigen ding en verwijderen onderweg wat van hun kleine, meer prikkelbare neefjes die zich wel storten op mensenvoedsel. Daarnaast zullen ze altijd eerst meermaals waarschuwen voordat ze op een aanval overgaan. Wanneer ze je aanwezigheid rondom hun nest als dreigend inschatten, vliegen ze eerst een paar rondjes om je heen. Dat is al niet te missen met hun harde, zware gezoem. Heb je de hint dan nog niet begrepen, dan botsen ze eerst nog een keer tegen je aan. En als je jezelf dan nog niet netjes uit hun buurt gemaakt hebt, dan heb je een steek toch echt wel aan jezelf te danken.
Ik zat dan ook menig ochtend zorgeloos in mijn hangmat van mijn ontbijtsmoothie te drinken op nog geen anderhalve meter van het paleis-in-aanbouw. Als ik mijn hangmat eens in een andere positie ten opzichte van de zon had gezet, kwam hare majesteit wel eens een kijkje nemen. Maar altijd zoemde ze me met een goed humeur een goede dag, om vervolgens haar bouwproject weer op te pakken. Ook toen haar dienaren zich aan het workforce voegden en het af- en aanvliegen zich zienderogen vermeerderde, bleef onze verstandhouding vriendelijk en helder. Leven en laten leven. En van mijn kant kan ik zeggen dat ik van hun aanwezigheid genoot.
Ook de royalty deskundige van de Wespenstichting, die ik gevraagd had om eens een kijkje te komen nemen om de veiligheid van de situatie in te schatten, zag geen reden tot ontruiming. Als gehypnotiseerd stonden we in de regen in mijn tuin te staren naar het vogelhuisje waarin het onderwerp van zijn bezoek zich bevond. Even onverstoord door de regen als wij, vlogen de zwart-geel gestreepte harde werksters met wederzijds vertrouwen rakelings langs onze hoofden. De deskundige verwachtte dat Bzz op een gegeven moment wel tot de conclusie zou komen dat het houten huisje waarin ze haar optrekje gesitueerd had niet groot genoeg zou zijn en dat ze met haar hofhouding uiteindelijk uit zichzelf wel zou vertrekken. Zo niet, dan zouden in augustus of september de nieuwe koninginnen uitvliegen en bleven de hofdames werkeloos achter. Die zouden dan nog een beetje rond blijven zoemen en konden een portie zacht fruit dan wel kunnen waarderen. Maar na enkele weken zouden ze dan allemaal komen te overlijden. Geen redenen tot druktemakerij. En als er onverhoopt wel redenen zouden zijn om een coupe te plegen op het koninklijk huis, dan was hij bereid om het paleis met koningin en hofhouding en al op te komen halen en op een daarvoor ter beschikking staand landgoed te herplaatsen.
Opgelucht heb ik de horrorscenario's uit mijn hoofd laten glijden en verdween het laatste beetje twijfel of ik wel voldoende verantwoordelijkheid nam ten opzichte van Queen Bzz's andere buren. En de hele zomer lang genoot ik van de fleurige bedrijvigheid in mijn tuin.
Het was eind augustus dat ik terugkwam van vakantie en de rust in mijn tuin me al snel opviel. Ik was te druk om langere tijd voor het nog altijd verstopte paleis te besteden, maar wanneer ik die tijd toch even probeerde te nemen, zag ik geen beweging meer. Wat was er gebeurd? Had Queen Bzz daadwerkelijk haar biezen gepakt? Nergens zag ik ook maar één dode hoornaar liggen. Maar aan het nestkastje zelf durfde ik nog niet te komen. Dat is een klusje voor komend najaar. Dan ga ik eens kijken of ik het paleis van haar houten fundamenten kan ontdoen. Ik ben ontzettend nieuwsgierig naar de inrichting.
Ik mis ze wel. Nog steeds kijk ik regelmatig even hoopvol richting schutting. Misschien heb ik me toch vergist? En is de bedrijvigheid enkel minder geworden, omdat het paleis gewoon af was? Maar de stilte verklapt steeds weer de waarheid. Mijn buurvrouw is er niet meer. Met de noorderzon vertrokken naar betere oorden. Ach, wie weet komt ze nog eens weer. Een beetje koningin houdt er sowieso toch meerdere optrekjes op na.