Naaktfoto

Vorige week heb ik geen hersenspin online gezet. Ze waren er wel, hoor. Het krioelde zoals altijd gezellig door in mijn hoofd. Ook heb ik mijn spinnen wel uitgelaten. Zes verhalen ben ik gestart en één daarvan heb ik ook daadwerkelijk afgemaakt. Maar toen ik uitgeschreven was, voelde het ineens niet meer zo goed. "Ga ik dit online zetten?", vroeg ik mezelf af. Ik begon te twijfelen.
Ik krijg hele leuke en motiverende reacties op mijn spinnen.
Iedere reactie is waardevol en raakt me. Het geeft me energie en het
is fijn om een beeld te krijgen van wat mijn verhalen met mensen
doen. Het maakt me trots wanneer ze mensen aan het denken zetten. Dat
is wat mij betreft een van de mooiste complimenten die ik kan
krijgen. Want dat maakt het voor mij, naast dat ik het gewoon leuk
vind om te schrijven, ook nog eens zinvol. Al is het maar klein, het
voegt blijkbaar iets toe. En zoals het butterfly effect aangeeft,
kunnen kleine dingen soms grote invloed hebben.
Andere feedback
die ik veel terugkrijg is dat het zo kwetsbaar en daarmee gedurfd is.
En dat klopt ook wel, ik leg er mijn ziel wel mee bloot. Dat is ook
wel een beetje de bedoeling, want iets anders dan mezelf heb ik niet
toe te voegen aan deze wereld en ik denk dat dat ook meer dan genoeg
is.
Toch zijn het deze complimenten die mij weer verder aan het
denken hebben gezet. Want wetende dat ik mijn eigen grenzen vaak pas
achteraf kan duiden, hoe bescherm ik mezelf hierin dan? Wat zet ik
wel en wat zet ik niet online? Eenmaal online is het namelijk van
iedereen. Wat voor gevolgen heeft dat? En in hoeverre moet ik me daar
druk over maken?
De spin van vorige week, die ik niet publiceerde, was er een waar
ik met veel plezier aan schreef. En het was niet eens perse zo dat ik
me druk maakte om hoe die ontvangen zou worden door lezers. Het was
meer dat ik mezelf met mijn gedachten nogal naakt voelde en ik niet
wist of ik zo wel het wereld wijde web op wilde. Want ook als je
helemaal gelukkig bent met je lichaam, dan zet je nog niet meteen een
naaktfoto op je socials.
Die grens, die vind ik lastig. Want in
een ideale wereld zou ik er geen moeite mee hebben om mijn verhalen
ongecensureerd en schaamteloos te delen met wie ze wil lezen. In die
ideale wereld wordt er namelijk niet over geoordeeld en haalt
iedereen eruit wat die wil en verder niks. In die ideale wereld kun
je ook gewoon naakt over straat lopen zonder dat je iets gebeurt. En,
idealist als ik ben, zo'n wereld zou ik wel graag in het echt zien.
Of in ieder geval een prototype daarvan. En die creëer je niet door
mee te gaan in de tegenovergestelde realiteit.
De vraag is dus, waar eindigt een gezonde privacygrens en begint het neerzetten van een, in mijn ogen, ideale norm?
Ik schaam mij niet voor mijn gedachten en gevoelens. Ik schaam mij niet voor mijn ervaringen. En ik denk dat openheid van je eigen kwetsbaarheid enorm veel toe kan voegen aan de wereld. Het maakt namelijk zoveel inzichtelijker wat dingen met mensen doen en wat mensen écht nodig hebben. Het maakt ook duidelijk wat je van elkaar kunt verwachten. Als je gezien en gehoord wilt worden, echt jijzelf en niet je maskers en filters, dan ontkom je er niet aan om je kwetsbaar op te stellen. Het is voor mij misschien wel de belangrijkste factor geweest in de opbouw van mijn huidige sociale netwerk. Door eerlijk naar mezelf te kijken en open te zijn over mijn binnenwereld, heb ik mensen aangetrokken die de echte ik durven, willen en kunnen omarmen. Mensen die mij leuk vinden om wie ik echt ben en niet vanwege randzaken of maskers. En, niet minder belangrijk, mensen die ook eerlijk en open kunnen zijn over wie zij zijn. Je wilt niet weten hoe veilig en leuk en rijk dat voelt. Of eigenlijk wil je dat wel weten. Zelf ervaren. Dat gun ik iedereen. Ik gun het de wereld dat kwetsbaar op kunnen stellen een algemeen goed wordt.
Om echt kwetsbaar te kunnen zijn, is een
bepaalde mate van veiligheid nodig. Een soort mentale
zonnebrandcrème. Onder mensen die open staan voor dingen die anders
zijn dan hun eigen norm, durf ik het meestal wel aan. Wanneer ik erop
kan vertrouwen dat zowel deze mensen als ikzelf overeind kunnen
blijven in de situatie waarin verschillen elkaar ontmoeten. Wanneer
het mag botsen, zonder dat er iets stuk gaat. Wanneer er met gezonde
nieuwsgierigheid naar elkaar geluisterd wordt en iedereen nog in
staat is om er een eigen mening en ervaring bij te vormen. Wanneer er
gewezen kan worden op tegenstrijdigheden en dit gezien wordt als
input voor een nog passender gedachtemodel. Cadeautjes voor je eigen
en elkaars ontwikkeling.
Zodra deze beschermende laag ontbreekt
in een omgeving, dan heb ik andere bescherming nodig en vaak is dat
in de vorm van zelfcensuur. Dan is het eerst zaak om de juiste
dresscode te ontcijferen en vervolgens mijn gedachten te verpakken in
carnavalskostuums, maatpakken, lang, wollen ondergoed of onesies.
Niet omdat ik mezelf niet wil laten zien of omdat me schaam, maar
omdat ik bang ben te verbranden en ik er niet op vertrouw daarna weer voldoende op te kunnen krabbelen.
De online wereld is, net als de echte wereld, een mengeling van
omgevingen. Sommigen zijn ingesmeerd met zonnebrandcrème, velen ook niet. En ik
weet niet wat er gebeurt met mijn naakte spinnen in de brandende zon. Zodra ze
online staan ben ik er niet meer bij om ze te beschermen. Dan moet ik
erop vertrouwen dat deze fracties van mijn mentale naaktfoto veilig
behandeld worden door hun toeschouwers.
En ik wil mezelf liever
niet censureren. Ik wil doen alsof ik in een wereld leef waarin het
altijd oké is om te zijn wie je bent. Lekker naïef positief. In de
hoop dat het, al is het maar een heel klein beetje, bijdraagt aan een
nieuwe norm in het prototype van een ideale wereld.
Daarom zou
ik deze hersenspin af willen sluiten met de legendarische woorden van
Baz Luhrmann aan the class of '99: "If I could offer you only one
tip for the future, sunscreen would be it."