Lion King
Daar zitten ze dan, mijn twee dakhazen. De een op de kippenren en de ander op de schuur. De zon is weer druk bezig hun glanzende, zwarte en rode vachtjes op te warmen. In het rode vachtje knijpen twee vriendelijke oogjes zich tevreden samen. Het zwarte vachtje snuffelt behoedzaam over de oude golfplaten die de kippen tijdens nattere dagen droog zouden moeten houden. Zijn groene oogjes verliezen het rode vachtje geen moment uit het vizier.
Vanachter mijn laptop aan de eettafel bekijk ik liefdevol het tafereel dat zich aan de andere kant van het raam afspeelt. Achter mij in de woonkamer liggen nog de sporen van wat doet denken aan een actief bezoek van vrouw Holle. De vredige stilte met op de achtergrond het ijverige gekwetter van een paar koolmeesjes doet niemand vermoeden wat er zich hier enkele minuten geleden heeft afgespeeld. Door merg en been ging het gegil. Vlokken rood, wit en zwart pluis vlogen door de ruimte als een sneeuwstorm op de Himalaya. De sneeuwmonsters, tweemaal zo groot als anders, dansten om elkaar heen met gecontroleerde, langzame bewegingen afgewisseld met een turbulente, innige speedwals. De een met luid gezang, de ander in stilte. De staredown aan het eind van de voorstelling deed me twijfelen of een luid applaus nu al gepast was, of dat ik nog even moest wachten tot het strijdtoneel ontruimd werd. Ik koos voor dat laatste.
Twee koolmezen pikken wat zaadjes uit het voederhuisje in de tuin en de eerste hommel zoemt al gemotiveerd tussen de appelbloesem door. Het zwarte vachtje heeft inmiddels de rust opgezocht naast mijn laptop. Het rode vachtje zit nog steeds in het zonnetje op de schuur en soest langzaam zijn eigen wereldje in. Op zijn eigen Pride Rock vergeet hij de nederlaag van zojuist en droomt hij van betere tijden, toen hij nog de Lion King van de Es was en alle dieren voor hem bogen.
Goedemorgen Lente. Het is weer tijd voor een schoonmaak.