Dan toch maar liever griep

31-01-2025

De griep heeft me geveld. Als een geolied verhuizersteam heeft het mijn laatste restjes charme tot op de laatste kruimel weggevoerd in kartonnen dozen en vervangen voor tonnen vol snot, slijm en zweet. Alles vanaf mijn middenrif zit vol. De druk op mijn longen en ogen en neus doet vermoeden dat een dezer dagen het geheel zal exploderen. Wee degene die dat op moet komen ruimen.


Ik kom mijn dagen door met wat lezen en schrijven, maar dat kost veel energie, dus vooral met luisterboeken, muziek en ik heb mezelf toegestaan één serie te mogen bingewatchen. Per ongeluk is dat er een geworden van 13 seizoenen. Ik weet ook niet hoe dat gebeurd is.
Gelukkig heb ik twee kleine, pluizige verplegers rondlopen die er dag en nacht voor me zijn. Ondanks al het hoesten en snotteren en de knisperende verpakkingen paracetamol waar ze steeds maar niks van krijgen, houden ze trouw de wacht. Vermoedelijk om in de gaten te houden of ik wel voldoende tekenen van leven blijf vertonen om iedere dag de voerbak weer te vullen. In de winter zijn de kattenrestaurants hier in de wijk toch beduidend minder goed bevoorraad en veelal zelfs gesloten.
Ik blijf trouw iedere morgen mijn rondje langs de voer- en waterbakken maken en de mannen wisselen hun waakdiensten in huis gedwee af met de noodzakelijke rondes door hun district.


Het is al laat in de ochtend als ik mijn tanden sta te poetsen in de badkamer. Deze nacht heb ik voor het eerst weer een beetje kunnen slapen. Man, wat knap je daar van op! Slapen wordt zwaar ondergewaardeerd.
Beneden hoor ik gebonk van kattenledematen op de vloer. Dat klinkt alsof er iemand zwaar in gevecht is met een speelgoedmuis. Ik glimlach, spoel mijn mond, kijk in de spiegel en besluit dat ik er beeldig genoeg uitzie voor een dag onder een dekentje op de bank.


Het gebonk heeft zich van de woonkamer naar de hal verplaatst. Wanneer ik bovenaan de trap sta zie ik mijn zwarte katertje, Ravie, beneden voor de eerste tree staan. Zonder muis. Hij kijkt me aan. Ik kijk hem aan. Dan zet hij een pootje op de tree en met een bijzondere beweging trekt hij zich op en gebruikt deze voorwaartse kracht om meteen een tweede tree mee te pakken. Weer kijkt hij me aan met een trillend kopje. Dit klopt niet, denk ik nog. En op dat moment zie ik hem zijn evenwicht kwijtraken, doordat hij zijn omhoog kijkende kopje niet weet te dragen en valt hij achterover de trap af. Ik weet niet hoe snel ik beneden moet komen.


Beneden doe ik snel onderzoek. Trillend kopje, een zenuwtrekje in de de oogjes die verder nog wel bewust de wereld in kijken, niks te zien in zijn bekje, maar het ventje volgt me als een dronken droppie, met slappe pootjes de woonkamer in en hij voelt koud en klam aan. Geen kots of ontlasting te vinden. Geen resten van een dode muis. Maar ik heb vannacht wel zijn enthousiaste mauwtjes gehoord die hij altijd slaakt wanneer hij zijn buit komt showen. Ik sluit snel de keukendeur die de weg richting kattenluik verspert, ren naar boven en terwijl ik mijn joggingbroek met één hand verwissel voor een spijkerbroek en de vlizotrap naar beneden haal om een reismandje van zolder te plukken, bel ik de dierenarts. Mijn eigen dierenarts is er niet, maar ik mag meteen langskomen bij een waarnemende praktijk. Even hoopvol als pijnlijk om te zien, verzet Ravie zich wanneer ik hem zijn mandje in druk.


Wat ben ik blij dat ik weer een autootje voor de deur heb staan! Uiteraard zijn uitgerekend op dit tijdstip de wegen gevuld met auto's met een topsnelheid van 30 km per uur en met lesauto's vol net beginnende chauffeurs in wording. Ik gun deze mensen hun rust en tijd en ruimte. Rust- en bezinningsmomenten op mijn dag, noem ik ze altijd. Maar nu voel ik toch echt wel een innerlijke wens om ze één voor één allemaal van de weg te rijden. Ik hou me in. Blijf door ademen. Neem een korte omweg om van een opa in een oude alto af te zijn, om vervolgens met mijn evenzo oude panda achter een langzaam rijdende oplegger vast te zitten.


Dan lopen we toch eindelijk de dierenartspraktijk binnen. De dierenarts staat klaar en we mogen meteen doorlopen. Duidelijk neurologische klachten en onderkoeld is het resultaat van snel onderzoek. Mogelijk vergiftiging, mogelijk iets wat niet goed zit in het lieve, kleine koppie.
In ieder geval houden ze hem in de praktijk. Zijn bloed wordt onderzocht en hij wordt in een couveuse gelegd om op te warmen. Het infuus met valium verergert zijn stuiptrekkingen in eerste instantie, maar dat wordt gestabiliseerd met toevoeging van methadon.
Gedurende de dag word ik regelmatig gebeld en geappt vanuit de praktijk om op de hoogte te blijven van de stand van zaken. Heel fijn. Om de tijd door te komen zit ik op de bank oude kleren in stukken te knippen en scheuren als vulling voor mijn nieuwe poef. Ik kan niks betekenen voor mijn katertje en het wachten duurt vreselijk lang.
Eind van de dag is zijn situatie stabiel en is zijn temperatuur weer op peil. Hij heeft ook weer een beetje gegeten. Die nacht blijft hij logeren. Belangrijk is dat hij stabiel blijft en eigenhandig zijn temperatuur weer weet te reguleren.


Vanmorgen heb ik mijn kleine junkie weer opgehaald. Stoned van het halve drugslab dat ze in hem leeggegoten hebben en uitgeput van de strijd die hij heeft geleverd, ligt hij nu tussen de fleecedekens op mijn bank te slapen. Vermoedelijk heeft hij een vergiftigde muis gegeten. En hoewel ik dat nog steeds een eng idee vind, want dit kan natuurlijk zo weer gebeuren en niet alleen bij Ravie, hoop ik toch dat dat het is geweest. Een tumor of iets dergelijks is niet uitgesloten en dat levert een heel ander toekomstperspectief op.


Zojuist is er weer 20 kilo aan kattenbrokken bij de deur afgeleverd. Hun eerste porties seniorenvoer die ik begin deze week heb besteld. Ed krijgt die echt niet in zijn eentje op. En ik kan mijn lieve, muizenmoordende junk nog helemaal niet missen. Uiterlijk begin volgende week verwacht ik dat de verhuizers weer wat dozen charme komen afleveren, in ruil voor de vol gesnotterde zakdoeken. Iemand moet me helpen om die dozen uit te pakken. En laat nou net Ravie een expert zijn op het gebied van kartonnen dozen.