Ce matin-là
Ik hou van de ochtend. Misschien nog wel meer dan van de avond, maar dat weet ik niet zeker. De avond is meer voor "samen". Daar hou ik ook erg van. Maar de ochtend is voor mij. Voor mij alleen. Voor mij en de wereld. Vroeg in de morgen, wanneer de zon langzaam opkomt en de vogels beginnen te zingen, wanneer de dag haar verrassingen nog niet heeft blootgegeven en de wereld nog even logisch en simpel lijkt. Een nieuw begin. Met de wereld aan mijn voeten. Alles is nog mogelijk vandaag.
Vanmorgen, nadat ik mezelf en mijn beestenbende voorzien had van het nodige voer, ben ik die wereld ingetrokken. Een rondje wandelen door het groen. Op me af laten komen wat de ontwakende wereld vandaag te showen heeft. Het gevoel van de koude, natte lucht op mijn huid die wordt opgewarmd door de zon. Het gezoem van een bijtje in mijn oor. Ook letterlijk ín mijn oor. Blijkbaar doet ook de natuur aan grensoverschrijdend gedrag. Hoewel het diertje gelukkig snel door had dat er in mijn oor geen stuifmeel te vinden is en zich ook vlug weer uit de voeten maakte.
Ik geniet van de geluiden om me heen, van de geuren die als wolkjes langs me heen zweven, van de prachtige kleuren die de lente met zich meebrengt en van hoe de zon, steeds aanweziger, het geheel in een magisch licht zet. Als een spons zuig ik alles in me op en vult mijn interne batterij zich geleidelijk tot een niveau waarop ik met een zucht alles kan laten zijn wat het is en met vertrouwen de nieuwe dag tegemoet kan treden.
In
mijn oren speelt op de achtergrond muziek. Ik heb bij vertrek het
album Moon Safari van Air op mijn open-ear koptelefoon aangezet.
Fijne achtergrondmuziek voor een moment dat ik mijn hoofd leeg wil
maken. Het zet me aan tot beweging, maar leidt mijn gedachten niet af
van de vrije loop die ze op dit moment nodig hebben.
Onderweg
stop ik her en der even om te kijken naar de wereld om me heen. Een
fuut met een visje in de snavel, een koppeltje nijlganzen met jongen,
zes brandganzen die opvliegen uit een weiland, om even verderop in
het water weer neer te strijken. Paardenbloemen die de velden geel
kleuren. Berkenbomen die met hun vele ogen op de mensheid neerkijken
en zich er het hunne van denken.
Wat
is het fijn om in het moment te zijn. Gewoon nu. Los te laten wat was en nog even
geen zorgen te maken over wat komt.
Ik
heb deze week mijn werk opgezegd. En ik heb nog niks nieuws. Dit is
geen impulsieve actie geweest, maar één waar ik al heel lang naar
toe heb gewerkt. Ik vind mijn werk prachtig en haal vreselijk veel
uit de vaak diepgaande en altijd verbindende gesprekken met de mensen
daar. Dat is ook niet de reden om te stoppen. Het waren de
omstandigheden waarin ik niet gedijde. Een combinatie van dingen
waarin ik mij niet thuis voelde en te lang heb geprobeerd om mezelf
om te vormen naar iets dat wel zou passen. Ik ben weer met open ogen
in mijn oude valkuil gelopen. Aanpassen als een kameleon en intussen
verhongeren door een gebrek aan voor mij gezonde voeding. Mezelf
afhankelijk maken van een onterechte loyaliteit aan de wereld om me
heen, waarbij ik mezelf heb weggeveegd als een haartje dat kriebelt in
mijn gezicht.
En wat had ik deze stap graag eerder gezet.
Voordat ik mezelf in al mijn aangepastheid ook niet meer zag. Maar de
winst is dat ik het deze keer meer heb zien gebeuren dan ooit. En dat
ik voor mezelf gevochten heb, in plaats van me eraan over te geven.
Dat zijn nieuwe ervaringen die ik hoe dan ook meeneem naar een
volgend avontuur.
Ik heb mijn werk opgezegd. Ik zeg het nog maar een keer, want de realiteit hiervan moet nog verder tot me doordringen. Het is een goede keuze geweest, daar twijfel ik niet over. Eén waar ik lang in spanning op heb gewacht. Maar nu het zover is, is het spannender dan ooit. Anders spannend. Spannend in de zin van, dat na een lange tocht door het donker de mist langzaam optrekt en je niet weet in wat voor wereld je inmiddels beland bent. Er is een einde gekomen aan een voor mij heftige tijd. Een tijd waarin ik een deel van mijn eerdere ontwikkeling weer heb afgebroken, maar ook verder ontwikkeld ben op andere gebieden. En waarin ik geen genoegen genomen heb met de afbraak en een hele bewuste stap in een andere richting heb durven zetten. Waar ik nu ben? Ik heb werkelijk geen idee. Nog ergens in dat niemandsland waar de mist nog niet helemaal opgetrokken is en de nieuwe weg nog niet zichtbaar. Waar ik nog blind om me heen reik naar de opties die nu ergens onzichtbaar voor me liggen. Maar het donker trekt weg. En de zon komt zo op.
Ce matin-là schalt uit mijn oortjes. Dé soundtrack van de ochtend. De zon komt voorzichtig door de wolken heen en de nacht verdwijnt langzaam via een achterdeur naar het verleden. In mijn hoofd vormen zich op de muziek beelden in de stijl van oude tekenfilmseries, zoals Vrouwtje Theelepel en Tom Sawyer. Series die zich afspeelden in simpele werelden, die maakten dat de beleefde avonturen altijd een duidelijk verloop hadden. Iedere aflevering weer een nieuwe dag waarin de wereld open ligt. En altijd ook een einde waarbij de rotzooi die de personages onderweg wisten te maken ook weer opgeruimd was en alles weer op z'n plek terecht kwam. Er zat een soort rotsvast vertrouwen in die series dat hoe gek je het ook maakte, het altijd wel weer goed kwam. Niet perse de realiteit. Maar wel een gerustellende fantasie.
En
zo loop ik nu door het bos. De zonnestralen wijzen me tussen de
takken door de weg naar de zonovergoten open weides, waar de wereld
weer aan mijn voeten zal liggen.
Ik ben vrij om te gaan waar ik
wil. Om weer nieuwe rotzooi uit te halen. Nieuwe fouten te maken en
nieuwe successen te boeken. Vrij om een nieuwe wereld te gaan
ontdekken. En als, aan het eind van deze nieuwe dag, de zon straks ook weer onder gaat, dan weet ik dat ook na die nacht, ergens in de
ochtendzon weer een nieuwe wereld vol avonturen op me ligt te
wachten. Kom maar op. Ik ben heus niet bang. Oké, misschien een
beetje, maar voor nu laat ik die angst lekker varen en duik ik met
verstand op nul eerst even lekker deze nieuwe ochtend in.
