Actie!

Of ik er wel eens over nagedacht had om een blog te schrijven. Ik zit
met mijn kersverse coach te kletsen over mijn vakantie en hoe ik daar
dagelijks kleine verhaaltjes over schreef voor een paar mensen thuis.
Euhm.. nou ja, mijn hoofd denkt constant na over van alles en nog wat.
Het schrijven van een blog is zeker wel een aantal malen door mijn
hoofd gegaan. Maar waarom in hemelsnaam? Wie moet dat dan gaan lezen?
En wat halen lezers daar dan uit? Wat heb ik te vertellen dat zo
interessant is? Die gedachtescheten van mij? Al die spinnetjes die
door de webben in mijn hoofd krioelen. Wie zit daar nou op te
wachten?
"Nou", zegt hij,
"Wat dacht je van jijzelf? Je schrijft gewoon over wat je wilt
schrijven op dat moment. Het hoeft nergens over te gaan. En wie het
leest, die leest het."
Juist ja. Dat klinkt
wel weer verschrikkelijk logisch. Maar toch, schrijven zonder doel..
Tjonge.. Bij die gedachte staan alle spinnetjes in mijn hoofd
allemaal tegelijk even stil en kijken me.. vanuit mijn hoofd? Hoe
dan? Mijn hoofd moet wel binnenstebuiten gekeerd zijn om dat waar te
kunnen laten zijn.. En wat een rotzooi moet dat geven. En over
rotzooi gesproken, ik moet nodig de afwas eens gaan doen. En ga ik
nou eerst een nieuwe vaatwasser kopen of zal ik toch eerst maar door
sparen voor een nieuw bed?
Drie dagen later
loop ik naar huis na een lekkere bootcampsessie in de kou. Ik voel me
fris en absoluut niet fruitig, maar er staat een grijns op mijn
gezicht en mijn passen zijn een soort van ingehouden huppels. In mijn
oren een mengeling van de muziek die uit mijn headset komt en het
gekwetter van vogeltjes om me heen. Ik groet een meisje dat met twee
bosjes rozen voorbij wandelt en vraag me af voor wie die zouden zijn.
Even verderop is een jongetje van een jaar of 10 samen met een oudere
dame afval van vuurwerk aan het opruimen. Per volle vuilniszak
krijgt hij vijf euro, vertelt de dame mij. Ik raap wat kartonnetjes
op die om me heen liggen en doneer ze aan de jongen. De binnenkant
van mijn lijf danst nog wat harder, maar ik weet mij te gedragen
terwijl ik verder loop.
Ik hoor iemand
lachen. Een beetje hysterisch, maar wel gemeend. Het is een van de
twee groene spechten die uit het gras opvliegen als ik te dicht in de
buurt kom. Ik volg ze met mijn ogen terwijl ze langs de daken door de
lucht heen glijden, tot ze ieder in een eigen boom tot stilstand
komen. Achter hen aan vliegen kleine vogeltjes. Zijn het echt
puttertjes? Ja! Ik weet niet waarom, maar ik word altijd vrolijk van
puttertjes. Ze hippelen altijd zo leuk en fladderen
zo gezellig. En misschien associeer ik ze wel met het mooie
winterweer en met het feit dat de donkerste dagen er alweer op
zitten. Over iets meer dan twee maanden is het alweer lente.
Oh, pas op voor dat paaltje. Ik haal net op tijd mijn neus uit de lucht en kijk weer om me heen in mijn eigen niche voordat ik de weg oversteek.
Die blog... Weer denk ik eraan. Weer dat stomme denken.
Ik ben nooit zo van goede voornemens speciaal rond oud en nieuw, maar naar goed voorbeeld van een liedje van Spinvis, heb ik eind vorig jaar eens nagedacht over hoe ik het afgelopen jaar zou betitelen. Uiteindelijk kwam ik op "Tot hier en niet dieper". Afgelopen jaar stond voor mij in het teken van dieptepunten, grenzen trekken en opkrabbelen. Met hernieuwde energie de dingen anders aan gaan vliegen. Niet vanuit wat er van me gevraagd wordt, maar vanuit wat ik de wereld wil geven. Daar heb ik veel over nagedacht. Maar heel eerlijk, dat denken van mij is hartstikke mooi, maar met denken alleen kom je natuurlijk nergens. Hoe mooi zou het zijn dat, wanneer ik eind van 2025 weer een naam aan dit jaar geef, daar uit naar voren komt dat ik voorbij ben gegaan aan dat eeuwige denken en overgegaan ben tot actie? Dat ik de beren met wat boterhammen, jam en een mes op de weg achter me gelaten heb en maar gewoon ben gaan doen wat ik in me heb zitten. Niet denken over schrijven, maar schrijven! Om maar wat te noemen.
Als ik mijn straat
inloop staat daar Ed op de stoep. Hij kijkt me aan alsof ik weer veel
te laat thuis kom. En terwijl ik met open armen op hem afloop, gunt
hij me pas op het laatste moment om me al mauwend tegemoet te komen lopen.
Waarna hij, net voordat we elkaar in de armen kunnen vliegen, door
een gat langs een schutting een tuintje in glipt. De klierkop.
Ik
loop door. Graag of niet hoor. En voordat ik de deur naar mijn
huisje heb geopend, staat hij alweer naast me. Kom ventje, gaan we
gezellig samen de warmte in. Ik wil douchen en daarna ga ik soep
opwarmen en schrijven.